[Verse 1]
Ik loop je straat maar voel geen grond
Zoveel gezichten, maar ik blijf rond
Ze zeggen “thuis”, ik ken dat woord niet
Ik ben de mijne kwijt in elk gebied
Aan tafel stil, bestek dat tikt
Jij praat in rondjes, ik praat te strikt
Jij zegt “familie”, ik denk “toneel”
Waar elke lach breekt als ik teveel deel
[Chorus]
Ik ben een vreemde in m’n eigen huis
Zoek naar liefde in een lege kamer
Je zegt “we lijken toch op elkaar?”
Maar jij kent niet eens m’n echte naam meer
Liefde, kwijtgeraakt langs de lijn
Tussen bloed en wie ik echt wil zijn
Ik ben een vreemde in m’n eigen huis
En jij kijkt langs mij heen
[Verse 2]
Ze vroegen vroeg al: “Wat ben jij stil?”
Maar elke vraag kwam met een ander beeld, een ander ‘wil’
Ik droeg hun dromen als een jas die nooit meer paste
Jij riep “we zijn toch één”, ik voelde me de gast, hè
Jij meet me met een meetlat uit het jaar ’95
Ik breek die in twee, maar jij blijft blijven in die tijd vast
Je noemt het “zorg”, ik voel het meer als touw
Dat om m’n keel slaat elke keer dat ik vertragen wou
[Chorus]
Ik ben een vreemde in m’n eigen huis
Zoek naar liefde in een lege kamer
Je zegt “we lijken toch op elkaar?”
Maar jij kent niet eens m’n echte naam meer
Liefde, kwijtgeraakt langs de lijn
Tussen bloed en wie ik echt wil zijn
Ik ben een vreemde in m’n eigen huis
En jij kijkt langs mij heen
[Bridge]
Misschien moet ik je laten
Niet als straf, maar als laatste stap
Als ik mezelf wil kunnen dragen
Moet ik vallen, zonder dat jij vangt (laat maar)
[Chorus]
Ik ben een vreemde in m’n eigen huis
Zoek naar liefde in een lege kamer
Je zegt “we lijken toch op elkaar?”
Maar jij kent niet eens m’n echte naam meer
Liefde, kwijtgeraakt langs de lijn
Tussen bloed en wie ik echt wil zijn
Ik ben een vreemde in m’n eigen huis
Maar buiten vind ik mij