Amsterdam
Deze is voor jou
Djeek mareckh lets go
Ik kom het station uit, ochtendmist over het IJ,
trams trekken lijnen en de stad loopt met me mee.
Fietsers vliegen langs, ieder met z’n eigen doel,
een bakker zet z’n kraam neer, stoom omhoog, alles voelt koel.
Ik neem een diepe adem, hoor de stad nog zachtjes praten,
alsof Amsterdam me kent en zegt: “Je hoort hier, maat, geen vragen.”
Langs de grachten lopen mensen met hun dag in hun gezicht,
en ergens tussen al die stemmen vind ik altijd weer mijn licht.
Amsterdam, jij woont in mijn hart,
in elke straat, in elke start.
Van de Jordaan tot aan het plein,
ik hoor jouw stem en voel me fijn.
Amsterdam, jij houdt me vast,
jouw ritme klopt, jouw licht is zacht.
Waar ik ook ga, waar ik ook ben,
jij bent de stad waar ik weer ren.
We lopen door de Jordaan, oud hout, warme lucht,
mensen praten op hun stoep, koffiegeur die zachtjes ruft.
Een man speelt een gitaar, niet perfect, maar recht uit ’t hart,
en jij zegt: “Zie je? Dit is echt. Niet netjes, maar apart.”
We eten appeltaart, jij lacht omdat je mond vol zit,
ik zweer, op dat moment voelde het leven even licht.
Kinderen op het plein rennen rond alsof de wereld rustig blijft,
en ik besef dat Amsterdam je pakt, zelfs als je twijfelt of je blijft.
Amsterdam, jij woont in mijn hart,
in elke straat, in elke start.
Van de Jordaan tot aan het plein,
ik hoor jouw stem en voel me fijn.
Amsterdam, jij houdt me vast,
jouw ritme klopt, jouw licht is zacht.
Waar ik ook ga, waar ik ook ben,
jij bent de stad waar ik weer ren.
Albert Cuyp, stroopwafels warm in m’n hand,
marktlui roepen luid, dat is hun eigen land.
Aan het Museumplein liggen mensen in het gras,
zomers bruin, winters koud, maar de stad blijft zoals het was.
En ’s avonds op het Leidseplein voelt alles weer nieuw,
muziek uit open ramen, iedereen zoekt z’n eigen view.
De stad leeft door de nachten, maar geeft rust als je ’t vraagt,
Amsterdam luistert, zelfs wanneer niemand praat.
We zitten aan de Amstel, water zacht en stil,
jij vertelt wat je voelt, zegt dat je hier blijven wil.
Lampen dansen op het water, alsof de nacht met ons meedoet,
en ik fluister: “Hier blijven? Ja, dat voelt goed.”
En zelfs op dagen dat de regen alles grijs maakt,
geeft de stad me warmte, alsof ze zegt: “Ik heb je geraakt.”
Ik denk aan iedereen die hier kwam met hoop of pijn,
en ergens tussen al die straten werd wie hij moest zijn.
Amsterdam, jij woont in mijn hart,
in elke straat, in elke start.
Van de Jordaan tot aan het plein,
ik hoor jouw stem en voel me fijn.
Amsterdam, jij houdt me vast,
jouw ritme klopt, jouw licht is zacht.
Waar ik ook ga, waar ik ook ben,
jij bent de stad waar ik weer ren.
Amsterdam… mijn stad, mijn stem.
Aan de Amsterdamse grachten
Heb ik heel mijn hart voor altijd verpand
Amsterdam vult mijn gedachten
Als de mooiste stad in ons land
La-la-la-la-la-la-la, la-la, la-la-la
La-la-la-la-la-la-la, la-la, la-la-la
La-la-la-la-la-la-la, la-la, la-la-la
La-la-la-la-la-la-la, la-la, la-la-la