[Refrein – ]
Zomer aan m’n zij, jij en ik op het strand,
De zon die ondergaat, jij pakt zachtjes m’n hand.
We lopen hand in hand, alsof het zo hoort,
Vanaf dat ene moment wist ik: dit voelt nooit meer gestoord.
Samen op de fiets, door het warme avondlicht,
Samen lachen, samen eten, jij straalt in mijn gezicht.
Slapen in de tent, sterren boven ons twee —
Deze zomerliefde brandt, en ik neem ’m met me mee.
[Verse 1]
Het begon met een blik, een seconde op het strand,
Zon op jouw gezicht, voeten zacht in het zand.
Je lachte naar mij, en ik voelde meteen,
Dit is geen toeval — jij hoort hier naast me, om ons heen.
We praatten een beetje, de tijd viel stil,
De golven klonken rustig, precies zoals ik het wil.
Ik keek naar je ogen, de warmte die daar bleef,
En zonder dat je het wist werd ik in een opslag verliefd.
We liepen richting zee, de lucht werd langzaam goud,
De zon die onder gaat en jij die mij vasthoudt.
En terwijl de avond valt, alles zachter klinkt,
Voelt het alsof de zomer onze namen sameninkt.
[Pre-Refrein]
Elke stap met jou voelt als thuiskomen, zacht,
Alsof de zomer wist dat jij mijn wereld mooier maakt dan ik had verwacht.
Jij bent de warmte in de wind, het ritme in de nacht —
En in dit hele verhaal is er geen deel dat niet klopt of niet past.
[Refrein]
Zomer aan m’n zij, jij en ik op het strand,
De zon die ondergaat, jij pakt zachtjes m’n hand.
We lopen hand in hand, alsof het zo hoort,
Vanaf dat ene moment wist ik: dit voelt nooit meer gestoord.
Samen op de fiets, door het warme avondlicht,
Samen lachen, samen eten, jij straalt in mijn gezicht.
Slapen in de tent, sterren boven ons twee —
Deze zomerliefde brandt, en ik neem ’m met me mee.
[Verse 2]
Later zaten we op de fiets, jij achterop bij mij,
De warme wind om ons heen, het voelde zorgeloos en vrij.
We reden langs duinen, jouw armen om me heen,
En alles wat ik voelde zei: laat dit nooit weer alleen.
We stopten bij het strand, haalden eten, deelden tijd,
Alles ging vanzelf, alsof liefde niet meer strijdt.
We praatten over dromen, over later, over ons,
En hoe de zomer soms begint met één simpele kans.
Die nacht in de tent, onder sterren zo stil,
Jouw hoofd op mijn borst, precies zoals ik het wil.
Je fluisterde dat dit echt was, dat niets beter voelt,
En ik dacht: dit is liefde die de tijd nooit overspoelt.
[Pre-Refrein]
Elke seconde met jou blijft hangen als muziek,
Jij bent de zomerhit die ik opnieuw en opnieuw in m’n hoofd afspeel — uniek.
Geen twijfel, geen twijfel meer — jij hoort bij mijn verhaal,
En ik hoop dat jij bij mij blijft, na dit seizoen en allemaal.
[Refrein – Finale]
Zomer aan m’n zij, jij en ik op het strand,
De zon die ondergaat, jij pakt zachtjes m’n hand.
We lopen hand in hand, alsof het zo hoort,
Vanaf dat ene moment wist ik: dit voelt nooit meer gestoord.
Samen op de fiets, door het warme avondlicht,
Samen lachen, samen eten, jij straalt in mijn gezicht.
Slapen in de tent, sterren boven ons twee —
Deze zomerliefde brandt, en ik neem ’m met me mee.
Lalalala