[Intro]
Ik zei: één drankje.
Echt maar één.
[Verse 1]
Ik kwam hier binnen om half negen,
met een plan en met verstand.
Twee uur later stond ik buiten
met een cowboyhoed in mijn hand.
Mijn telefoon staat op één procent,
mijn taxi rijdt alweer voorbij.
Ik weet niet eens meer waar ik woon,
maar iedereen hier kent mij.
[Pre-Chorus]
En iemand roept:
“Ga je mee?”
Ik zeg:
“Waarheen?”
Hij zegt:
“Geen idee.”
[Chorus]
Ik ben nog niet naar huis,
nee, nee, nee!
Ik ben nog niet naar huis,
zet die muziek maar harder mee!
Morgen heb ik spijt,
maar morgen is nog ver.
Ik ben nog niet naar huis,
want de nacht is veel te lekker!
Oh-oh-oh!
Ik ben nog niet naar huis!
[Verse 2]
Ik heb mijn jas verloren,
maar ik heb een nieuwe vriend.
Hij heet volgens mij Roberto,
of misschien heeft hij mij bediend.
We dansen op de stoep,
een hond kijkt naar ons raar.
De zon komt bijna op,
maar wij zijn nog lang niet klaar.
[Pre-Chorus]
En iemand roept:
“Laatste ronde!”
Dat hebben ze al drie keer gezegd.
[Chorus]
Ik ben nog niet naar huis,
nee, nee, nee!
Ik ben nog niet naar huis,
zet die muziek maar harder mee!
Morgen heb ik spijt,
maar morgen is nog ver.
Ik ben nog niet naar huis,
want de nacht is veel te lekker!
[Bridge]
Als mijn moeder morgen vraagt:
“Waar was jij?”
Ik zeg:
“Een beetje wandelen.”
Met een cowboyhoed
en glitter op mijn wang.
[Final Chorus]
IK BEN NOG NIET NAAR HUIS!
NEE, NEE, NEE!
IK BEN NOG NIET NAAR HUIS!
TOT DE ZON WEER OPGAAT!
Morgen heb ik spijt,
maar morgen is nog ver.
Ik ben nog niet naar huis…
Want de nacht is veel te lekker!
[Outro]
Eén drankje, zei ik.
Echt maar één.