**De Dief van Tijd**
(Verse 1)
In de schaduwen sluipen fluisteringen,
Een stille dief, waar dromen zouden springen.
Met elke tik, samenzweert de klok,
Om de vlam van onze verlangens te doven.
(Chorus)
Taken wachten, als bergen hoog,
Toch zit ik hier, ik hoor hun roep.
Een scherm, een scroll, een vluchtige blik,
De uren glippen, een gestolen kans.
(Verse 2)
Beloften aan mezelf, tevergeefs,
"Ik begin morgen," weerklinkt de weerklank.
Toch draagt morgen hetzelfde oude masker,
En tijd, meedogenloos, durft te vragen:
(Chorus)
"Wat heb je gedaan? Wat heb je gezaaid?
Deze zaden van hoop, nu overwoekerd."
Spijt sijpelt binnen, een zware schuilplaats,
Terwijl dromen oplossen onder de wolk.
(Bridge)
Maar nog steeds gloeit er een vonk in mij,
Een flonker van wil die zachtjes groeit.
Om uit de as te rijzen, de keten te breken,
De strijd te omarmen, te dansen in de regen.
(Outro)
Dus hier sta ik, niet langer gebonden,
Met elke kleine stap, wordt nieuwe kracht gevonden.
Procrastinatie, je hebt je dag gehad,
Nu kijk me vliegen, ik vind mijn pad.
--
.