(Couplet 1)
In het groene Shire, waar rust ooit regeert,
Lag een ring met een kracht die het duister begeert.
Frodo, een hobbit, klein maar sterk,
Begon een tocht door schaduw en werk.
(Refrein)
Door bergen, bossen, en dor land zo droog,
Vol strijd en hoop, door mist en bedrog.
De ring moet weg, in vuur gesmeten,
Of duisternis zal alles vergeten.
(Couplet 2)
Met Sam aan zijn zij, trouw als geen een,
Gandalf, de wijze, zo krachtig, sereen.
Legolas’ pijl en Gimli’s bijl,
Aragorn, koning met koninklijk pijl.
(Refrein)
Door Elfenwouden en Mordors vuur,
Dwars door de angst, de strijd zo zuur.
De ring moet vallen, het kwaad vergaan,
Zodat het licht weer op kan staan.
(Bridge)
Gollum sluipt, met ogen vol pijn,
Verscheurd door de ring, verloren in schijn.
Maar zelfs in wanhoop, in allerlaatste strijd,
Bracht trouw en hoop weer zekerheid.
(Laatste refrein)
De reis is lang, het hart wordt zwaar,
Maar moed groeit steeds, jaar na jaar.
De ring is weg, het kwaad verdween,
En vrede keert terug… in Midden-Aard’ weer heen.