In de arena van het leven, daar waar we strijd voeren,
Is competitie een spel, waar we ons in vervoeren.
Met een glimlach op het gezicht, en een twinkeling in de ogen,
Wordt elke uitdaging een avontuur, door ons samen te verlogen.
Een potje tafeltennis, met vrienden aan de rand,
De bal die stuitert, de spanning in het land.
“Kom op, je kunt het!” roep ik met veel flair,
Maar als ik mis sla, dan lach ik en zeg: “Dat was een schaar!”
In de sport van het leven, nemen we het serieus,
Maar met een knipoog en een grap, wordt het nooit een gedoe.
Want winnen is leuk, maar verliezen is ook fijn,
Met elke nederlaag leer ik, dat het spel is wat telt, niet de schijn.
De competitie roept ons, met zijn krachtige stem,
“Geef alles wat je hebt, en wees geen schlemiel!”
Dus sprint ik naar de finish, met de adem in mijn keel,
Maar als de anderen winnen, zing ik gewoon een deuntje, heel veel.
Met vrienden aan mijn zijde, wordt het leven een feest,
Waar competitie en plezier, hand in hand zijn, een beest.
Want samen lachen en strijden, dat is de echte winst,
In de competitie van het leven, zijn we allemaal een beetje een kind.
Dus laat de spellen beginnen, met een lach en een strijd,
Competitie is plezier, met een vleugje van vrijheid.
We strijden voor de overwinning, maar weten heel goed,
Dat het samen zijn en genieten, ons altijd gelukkig doet.