Couplet 1
Buiten is het winter, sneeuw valt neer,
Zachte sneeuw brengt oude pijn weerkeer.
Een moeder zit alleen, zo stil,
Ze wacht tot diep in de nacht, tegen haar wil.
Refrein
Het is Kerstmis, een lied klinkt zacht,
Sneeuw valt stil door de stille nacht.
Alleen de moeder zit alleen (×2),
Ze wacht op haar kinderen heen.
Couplet 2
Al sinds eeuwen weet men goed,
Dat men met Kerst naar huis toe moet,
Om weer de ziel te warmen zacht,
Aan moeders schouder, vol van kracht.
Couplet 3
Maar haar zoon leeft ver van hier,
Haar dochter heeft haar eigen huis nu hier,
En niemand klopt vandaag nog aan (×2),
Op die oude poort, verlaten, stil bestaan.
Couplet 4
Bij het vuur zit zij zo stil,
Met tranen die ze niet tonen wil (×2).
Ze denkt aan toen ze klein nog waren,
Aan warme dagen, kinderjaren.
Refrein (herhaling)
Het is Kerstmis, een lied klinkt zacht,
Sneeuw valt stil door de stille nacht.
Alleen de moeder zit alleen (×2),
Ze wacht op haar kinderen heen.
Couplet 5
Met droefheid in haar ogen schrijft,
Ze woorden die tot God toe drijft (×2).
Bescherm hen Heer, waar zij ook zijn,
Voor kwaad, voor pijn, voor donkere schijn.
Einde – Refrein
Het is Kerstmis, een lied klinkt zacht,
Sneeuw valt stil door de stille nacht.
Alleen de moeder zit alleen (×2),
Ze wacht op haar kinderen heen.