Yo!
Je zit vast in die ballen, je zit diep in die zooi,
Met een blik op je smoel alsof je net verloor.
Elke dag vieze prak in een potje,
Smaken naar pap en verdriet op je botje.
"Unicorn Party"? Nee, dit is je straf,
Terwijl eenhoorns dansen, zit jij in je graf.
Twee uur per dag in dat stoeltje van lucht,
Benen door de gaten — wat een afgang, wat een zucht.
Tik-tok tikt door, maar jij blijft daar,
Omringd door confetti en suikerspinhaar.
Die stoel? Die lacht met die beertjes op rij,
Maar jij denkt alleen: “Wie haalt me hier vrij?”
Je dacht: "leuk feestje", nu ben je het feest,
Je leeft in een kasteel, maar je vrijheid is gegeest.
Je knieën te groot, je trots te klein,
En elke baby die lacht zegt: “Dit is nu jouw zijn.”
Die roze muren? Die zijn van schuim,
Maar jij zit als een zombie — stil, niet ruim.
Unicorns knipperen, regenbogen flitsen,
Maar jij kan niet schreeuwen — alleen nog maar zitten.
Springkasteel-gevangenis, level op level,
Game over, tiener — jij haalde geen stempel.
Je groeit niet meer op, je groeit naar beneden,
Verzonken in zachtheid, verstikt door tevredenheden.
Verjaardag voorbij, maar jij blijft chillen,
Terwijl de ballen je dromen villen.
Je haat het, je weet het, maar niemand die komt,
Je bent nu een level in een game die je stompt.
Geen controller, geen pause, geen escape-knop,
Alleen meer ballen, meer pap — geen stop.