.
.
**Tijd Tussen De Buien**
.
.
.
In Nederland lopen duizend soorten voeten
over dezelfde natte stoep.
Snelle schoenen, vermoeide schoenen,
schoenen die dansen, schoenen die zoeken.
.
We dragen verschillende namen,
verschillende verhalen in onze zakken,
maar de wind spreekt ons allemaal
in dezelfde koude taal.
.
De regen vraagt geen paspoort.
De winter kiest geen kant.
De storm klopt op elk raam
met dezelfde ongeduldige hand.
En dus voelen we samen
hoe de lucht soms zwaar kan zijn.
We delen de rilling,
we delen de pijn.
.
Maar ergens,
tussen maandag en misschien,
plannen we een klein eiland van tijd.
.
“Wanneer zie ik je?”
vragen we,
niet via haast,
maar via hart.
We weigeren
de menselijke stem
in te ruilen
voor het gemak van een scherm
dat wel antwoordt
maar nooit echt luistert.
We herinneren ons de winteravonden,
weet je dat nog?
De tafel vol kruimels en kansen,
bordspellen waar niemand echt verloor
omdat lachen al winnen was.
De geur van koffie
die de kamer bij elkaar hield.
Warme chocolademelk
als een deken van binnen.
Het leven was zwaar, ja,
maar onze ideeën waren licht.
We gaven elkaar oplossingen
alsof het cadeautjes waren
zonder papier.
We zeiden:
“Kom, we vinden wel een manier.”
En nu,
in deze snellere wereld,
blijft de missie stil maar duidelijk:
Maak tijd.
Niet alleen om te werken,
maar om te zijn.
Niet alleen om te geven,
maar ook om op te laden.
Want alleen zijn
is geen leegte,
het is een stopcontact voor de ziel.
Gun elkaar ruimte.
Gun elkaar terugkomst.
En als de regen weer valt,
zoals hij altijd doet,
zullen we weten
dat we niet alleen nat worden,
maar samen mens zijn.
.
.
.
.
.