(Couplet 1)
De wind waait koud, door smalle stegen
Langs 't Rokin en 't Damrak, de regen
Wordt tot vlokken, wit en zacht
Overal in de stille nacht
De oude huizen, krom en scheef
Staan te dromen van wat eens leefde
Maar nu glinsteren ze in het schijnsel van de lamp
Welkom in Amsterdam, de winter is op kamp.
(Refrein)
O, Amsterdam, je grachten zijn zo koud
Maar in je hart van goud, ben je warm en vertrouwd
Met de Westertoren als een stille wacht
Een sprookje in de winternacht
Sneeuw op de bruggen, lichtjes overal
Door de stad klinkt zacht een kerstlied al.
(Couplet 2)
Op het Leidseplein, of langs het ij
Waar 't ijs soms ligt, en mensen vrolijk zijn
Een schaatser waagt een dans op 't dunne vlak
De stad ontwaakt, uit haar winterslak
Geur van glühwein, chocolade warm
Langs de Amstel, arm in arm
De pont vaart rustig, door de grijze lucht
De stad haalt even opgelucht adem.
(Refrein)
O, Amsterdam, je grachten zijn zo koud
Maar in je hart van goud, ben je warm en vertrouwd
Met de Westertoren als een stille wacht
Een sprookje in de winternacht
Sneeuw op de bruggen, lichtjes overal
Door de stad klinkt zacht een kerstlied al.
(Bridge)
Geen haast, geen stress, de tijd lijkt even stil
In de winterse rust, de stad krijgt wat ze wil
Een deken van vrede, over de straten breed
Amsterdam, waar geen mens de kou vergeet.
(Refrein)
O, Amsterdam, je grachten zijn zo koud
Maar in je hart van goud, ben je warm en vertrouwd
Met de Westertoren als een stille wacht
Een sprookje in de winternacht
Sneeuw op de bruggen, lichtjes overal
Door de stad klinkt zacht een kerstlied al.
(Outro)
Amsterdam, mijn stad, in de winterpracht.
Altijd in mijn gedachten, dag en nacht.
De winter in Amsterdam, een magisch gezicht.
Bij het eerste ochtendlicht.