(Verse 1)
Hij was Ray Manchester, zo begon het allemaal,
Een jongen die door een ongeluk onverwoestbaar werd – totaal.
Die machine veranderde hem van mens in man van staal,
Hij werd Captain Man… onze schild in elk verhaal.
(Verse 2)
Hij had ooit een hulpje, Drex, z’n maat in elke strijd,
Maar Drex veranderde… en koos de donkere tijd.
Ze stonden lijnrecht tegenover elkaar, vriendschap gebroken,
Wat ooit sterk was, werd met woede uitgesproken.
(Verse 3)
Toen kwam ik… Henry Hart, gewoon een jongen van hier,
Hij maakte mij Kid Danger – samen vochten wij als een tierelier.
Jarenlang redden we Swellview, hij was als familie voor mij,
Tot ik voelde: het is tijd… om eindelijk echt vrij te zijn.
(Verse 4)
Ik ging naar Dystopia, met Jasper en Charlotte mee,
Een nieuwe wereld, met krachten die ik nooit eerder deed.
Ik dacht vaak aan Ray… en wat hij had gedaan,
Hoe hij me leerde vechten… en rechtop te staan.
(Verse 5)
Toen kwam Danger Force – jonge helden, nieuw talent,
Chapa, Miles, Mika, Bose – ieder met een brandend element.
Ray en Schwoz gaven hun kracht en hun les,
En Ray keek toe… met trots en wat stress.
(Verse 6)
We versloegen Vampiper, het plan was voorbij,
Missy en ik weer samen, als helden zij aan zij.
Toen hing hij zijn pak op… gaf zijn rol terug,
Zei geen vaarwel… hij verdween zonder terugblik of rug.
(Verse 7)
Nu zijn we tien jaar verder… Swellview weer in gevaar,
Danger Force is sterker dan ooit, maar iets mist klaar en klaar.
We voelen het allemaal… die leegte, dat gemis,
Want de held die ons leidde… die weten we niet waar hij is.
(Outro – zacht gesproken, bijna fluisterend)
Hij is vermist.
En elke helft voelt nog goed… als hij er weer zou zijn.
Maar om weer heel te worden…
...moeten we hem vinden.