(Zacht en warm)
Ik was een kind,
Geboren in de stad,
Capelle aan den IJssel,
Het leven begon niet makkelijk.
Mama was er altijd,
Ze vocht voor mij,
De zon stond op mijn gezicht,
Het leven gaf me iets bijzonders.
Ik keek naar mijn jeugd,
Speelde buiten,
Keek naar de zon,
De lucht was zoet en vrij.
---
(Zachter, verdrietiger)
Papa was er niet,
Hij gaf mij geen rust,
Ik voelde me vaak verloren,
Maar ik bleef naar binnen kijken.
Ik had een hond, Ninja,
Mijn maatje, mijn vriend,
Maar ik moest hem laten gaan,
En dat brak iets in mij.
---
(Rustiger, hoopvol)
Toen kwam ik op een groep,
Ik was twaalf jaar oud,
Max, Michael, Milan, Joey,
Ze werden mijn familie.
Michelle en Lesley,
Kwamen later erbij,
Ze brachten liefde,
Ze brachten rust in mij.
---
(Boos, krachtiger)
Toen kwam Shan,
En het ging mis,
Ik werd boos, ik was verdrietig,
En voelde me alleen.
Mama riep me zacht,
“Kom eens, wat is er aan de hand?”
Ik zei: “Zeg zijn naam niet meer,
Dat doet me veel te veel pijn.”
---
(Rustig, hoopvol)
Iedereen ging weg,
Max, Michelle, Michael, Lesley,
Milan stierf in stilte,
En Joey bleef in mijn hart.
Ik keerde terug naar huis,
En vond daar nieuwe rust,
In 2023 kwam Rocky,
Een hond die me weer troostte.
---
Refrein
Nu woon ik weer thuis,
Ik voel me vrij,
Rocky ligt naast me,
En het leven is van mij.
Ik kijk televisie, ik bel met vrienden,
Ik lach en leef zacht,
Ik ben Jack,
En dit leven,
Is van mij alleen.
---
(Laatste zinnen zacht)
Ik was een kind,
Geboren in de stad,
Capelle aan den IJssel,
Dit is mijn leven.