(Intro)
Tweeëntwintig, maar ik voel me al oud.
Acht jaar achter muren, hart veranderd in de kou.
Ze vragen waarom ik niks voel…
Maar niemand zag wat ik zag.
(Verse 1)
Opgegroeid tussen stenen, nooit een speelplein gehad,
Als kleine jongen leerde ik al: vertrouw niemand op straat.
Broeders werden vreemden toen het donker binnenviel,
Beloftes gingen kapot alsof loyaliteit niks meer is.
Ik zag maten verdwijnen, eerst aan de drugs, toen geweld,
Elke naam op een shirt voelt alsof de tijd stil is gezet.
Moeder zei: “Blijf sterk,” maar ik wist niet hoe dat moest,
Want elke traan die ik verborg veranderde langzaam in woede.
(Pre-hook)
Emoties op slot, ik weet niet hoe ik praten moet,
Iedere nacht dezelfde dromen, maar ik word nooit uitgerust.
Ze zien alleen de buitenkant, de blik die niemand breekt,
Niet de jongen die vanbinnen al jaren om hulp schreeuwt.
(Hook)
Koude muren, koude blik, koude ziel van binnen,
Alsof de zon nooit opkomt waar mijn dagen beginnen.
Acht jaar weg, maar de pijn bleef altijd vrij,
Iedereen vraagt hoe het gaat… maar niemand kent mij.
Koude muren, koude lucht, ik adem alleen strijd,
Te veel verlies om nog te voelen wat geluk ooit lijkt.
Ik draag de last alleen, elke dag opnieuw,
Alsof mijn hart is verdwenen tussen staal en beton.
(Verse 2)
Fataal strekenincident, nu zit ik vast met de schuld,
Niet alleen van die dag, maar van een leven vol geduld.
Had ik een andere weg gekozen als iemand mij zag?
Of stond mijn lot al geschreven vanaf mijn eerste dag?
Vrienden keerden ruggen, noemden mij ooit hun bloed,
Nu hoor ik alleen stilte waar vroeger loyaliteit groeide.
Ik kijk in de spiegel, herken mezelf soms niet,
Een jongen zonder tranen, maar vol onzichtbaar verdriet.
Ze noemen mij emotieloos, alsof ik geen hart bezit,
Maar als je alles hebt verloren, raak je jezelf ook kwijt.
Dus ik zwijg, want woorden voelen vreemd in mijn mond,
En de boosheid wordt een ketting die me steeds weer vasthoudt.
(Outro)
Misschien breekt ooit de kou, misschien niet, ik weet het niet.
Ik ben nog steeds die kleine jongen die gewoon gezien wil zijn.
Achter deze muren klinkt geen heldenverhaal, alleen gemis.
Tweeëntwintig jaar… en nog steeds op zoek naar vrede.