Je dacht vast dat je een poppenspeler was,
Dat ieder hart kon dansen naar jouw hand.
Je woorden als draden,
Zacht, onzichtbaar — maar strak gespannen.
Je ogen lazen me als script,
Alsof ik slechts een scène was
in het stuk dat jij regisseerde
achter je masker van pracht en pas.
---
[Hook]
Maar ik ben geen pop, geen rol, geen marionet,
Mijn ziel kent geen koorden, geen vastgezet bed.
Ik beweeg op het ritme dat in stilte ontstaat,
Waar geen hand me dwingt, geen stem me verlaat.
Ik ben draadloos geworden, los van je grip,
En iedere stap die ik zet is weer van mij.
---
[Verse 2]
Je droeg verkleedkleren van genegenheid,
Maar liefde is geen kostuum, geen façade.
Je glimlach was een echo,
Je stem een repetitie van wat ik horen moest.
Misschien hield je van controle
meer dan van mij.
Misschien hield je van het idee
van iemand die bleef, zelfs als ze brak.
---
[Bridge – fluisterend, helder)
Je speelt geen spel met een ziel,
Zonder zelf te verdwalen in je rol.
Ik wens je waarheid toe,
Al is dat zonder mij.
---
[Hook – herhaling, voller en vrijer]
Want ik ben geen pop, geen rol, geen marionet,
Mijn ziel kent geen koorden, geen vastgezet bed.
Ik beweeg op het ritme dat in stilte ontstaat,
Waar geen hand me dwingt, geen stem me verlaat.
Ik ben draadloos geworden, los van je grip,
En iedere stap die ik zet is weer van mij.
---
[Outro – los, hoopvol]
Dus blijf jij in je licht van illusie,
Ik loop liever in de schaduw van echt.
Geen applaus, geen scène, geen rol meer,
Alleen ik, ongezet, ongespeeld — oprecht