(Couplet 1)
Ik voel me alleen, vast aan een ketting.
De leegte in me vult met niets, ik zoek de afleiding.
Ik voel de pijn, maar kan het niet tonen.
Leef in een schaduw van wat ik had moeten zijn.
Ik loop een pad, maar ken de bestemming niet.
(Refrein)
Opgesloten, in mijn eigen gedachten.
Verslaafd aan een gevoel, zonder nachten.
De pijn is mijn enige vriend.
Kan dit niet langer verdragen, de pijn die me afsnijdt van de rest.
(Couplet 2)
Mijn ziel is grijs, mijn dagen voelen leeg.
Ik probeer te rennen, maar de ketting is te strak.
De schaduw van mijn verleden is nu mijn realiteit.
Ik wil ontsnappen, maar weet niet hoe, en ik ben moe.
(Refrein)
Opgesloten, in mijn eigen gedachten.
Verslaafd aan een gevoel, zonder nachten.
De pijn is mijn enige vriend.
Kan dit niet langer verdragen, de pijn die me afsnijdt van de rest.
(Outro)
Ik zoek naar de uitgang, maar de deur is op slot.
Is er nog hoop, of ben ik verloren?
De pijn is te diep, maar de strijd is nog niet over.