Couplet 1
Het is niet fijn om dood te zijn,
soms maakt die gedachte mij klein.
Ik lig te draaien in mijn bed,
en vraag me af hoe alles went.
De nacht is groot, mijn kamer stil,
de maan kijkt toe, alsof hij wil
dat ik begrijp wat niemand zegt,
wat blijft bestaan en wat verdwijnt voorgoed en echt.
Refrein
Het doet geen pijn om dood te zijn,
maar dood zijn duurt zo lang.
Waar ga je heen, waar ben je dan,
en hoor je nog gezang?
Als je dood bent, droom je dan,
en waar droom je dan wel van?
Droom je dat je leeft misschien,
alsof het nooit begon?
Couplet 2
Droom je dat je in je straat
op een trommel langzaam slaat?
Dat iemand roept: “Kom hier bij mij”,
alsof je even nodig bent daarbij.
Droom je dat je adem voelt,
dat je lacht en dat je speelt,
dat alles nog precies zo gaat
zoals het was, zoals het leeft?
Refrein
Het doet geen pijn om dood te zijn,
maar dood zijn duurt zo lang.
Waar ga je heen, waar ben je dan,
en hoor je nog gezang?
Als je dood bent, droom je dan,
en waar droom je dan wel van?
Droom je dat je leeft misschien,
alsof je nooit verdween?
Couplet 3
Ze zeggen: leef, kijk om je heen,
je bent er nu, je staat niet stil.
Maar elke vraag die ik verzin
doet toch weer wat hij wil.
De tijd tikt door, heel zacht, heel trouw,
alsof hij alles al onthoudt.
Hij zegt: “Je hoeft nog niet te gaan,
ik neem je stap voor stap voortaan.”
Brug
Maar ach, wat maak ik me toch naar,
alsof ik iets vergeet.
Alsof ik moet begrijpen nu
wat niemand echt al weet.
Misschien is dood zijn slechts een droom
die anders verdergaat,
een plek waar alles langzaam stroomt
en niets ooit echt vergaat.
Het doet geen pijn om dood te zijn,
maar dood zijn duurt zo lang.
En als ik ga, waar ben ik dan,
en wie onthoudt mijn zang?
Maar ach, bij mij duurt het nog wel
een jaar of honderd, schat.
Dus leef ik nu, zing ik hier,
totdat de tijd me pakt
Outro
Het is niet fijn om dood te zijn,
maar leven voelt vandaag.
Ik sluit mijn ogen, adem diep —
de rest komt later, stap voor stap.