In een wereld vol drukte, waar we rennen en jagen,
Vergeten we vaak dat we reuzen zijn, met onze zuchten en klagen.
Kijk om je heen, zie die mieren zo klein,
Hun leven vol strijd, hun wereld zo fijn.
Wij stappen op hen, zonder ooit te beseffen,
Dat in hun kleine harten, grootse dromen zijn te vestigen.
Met hun bouwsels van zand, en hun wegen van blad,
Zij werken en strijden, terwijl wij soms alleen maar kwaad.
O, wat een schande, dat wij ons zo ver van hen distantiëren,
Terwijl zij ons tonen wat het betekent te leren.
Een kolonie, een team, met een doel zo gemeenschappelijk,
Terwijl wij vaak enkel denken aan ons eigen geluk, zo oppervlakkig.
Laten we ons herinneren, de kracht van de kleinste,
De reuzenondergang, is vaak het verdriet van de fijnste.
Dus kijk naar de mieren, en laat je inspireren,
Dat zelfs de kleinste onder ons, de grootste lessen kunnen leren.
Verander onze blik, van grootheid naar wijsheid,
In de schaduw van reuzen, vinden we de waarheid.
Bij elke stap die we zetten, kunnen we hen niet vergeten,
De wereld is klein, en wij zijn de reuzen, laten we samen verder gaan, zonder te vergeten.